| Papierstoring in de printer |
Papier kan op verschillende plaatsen in de printer vastlopen, onder andere in de papierbaan, bij de cartridgewagen, of in de ladezone. |
1. Open de toegangsklep van de printcartridges en verwijder de kap van de papierbaan. Til de kap van de eenheid voor dubbelzijdig afdrukken en verwijder het papier. Plaats de papierbaankap terug en sluit de toegangsklep. Druk op OK op het bedieningspaneel.
2. Als het probleem aanhoudt, controleer de zone van de wagen met inktcartridges. Verplaats de wagen naar de rechterkant, grijp het vastgelopen papier met twee handen vast en trek het naar u toe. Herhaal dit aan de linkerkant van de printer.
3. Als nog steeds papier vast zit, controleer de ladezone door de invoerlade uit te trekken, de printer op zijn zij te plaatsen, en het vastgelopen papier uit de opening te verwijderen. |
| Papier wordt niet uit de invoerlade opgenomen |
Papier ontbreekt in de lade, papier is niet goed uitgelijnd, breedtegeleiders zijn niet correct ingesteld, of papier zit geklemd in de lade. |
1. Zorg dat er papier in de papierlade zit en waffer met het papier voordat u het in de lade plaatst.
2. Zorg ervoor dat de breedtegeleiders voor het papier zijn ingesteld op de correcte markeringen in de lade voor het papierformaat dat u plaatst. Controleer ook of de geleiders goed, maar niet te stevig tegen de stapel rusten.
3. Kijk na of het papier niet in de lade geklemd zit. Maak het papier weer recht door het in de tegenovergestelde richting van de krul te buigen. |
| Pagina's zitten scheef |
Papier is niet correct uitgelijnd met de papierbreedtegeleiders, of papier is toegevoegd terwijl de printer nog aan het afdrukken was. |
1. Zorg ervoor dat het papier in de invoerlade is uitgelijnd met de papierbreedtegeleiders.
2. Trek de invoerlade uit de printer, plaats het papier correct terug in de lade en controleer of de papiergeleiders goed zijn uitgelijnd.
3. Plaats alleen papier in de printer als deze niet aan het afdrukken is. |
| Er worden meerdere vellen tegelijk aangevoerd |
Breedtegeleiders zijn niet correct ingesteld, er is te veel papier in de lade geplaatst, of niet-HP papier wordt gebruikt. |
1. Zorg ervoor dat de breedtegeleiders voor het papier zijn ingesteld op de correcte markeringen in de lade voor het papierformaat dat u plaatst. Controleer ook of de geleiders goed, maar niet te stevig tegen de stapel rusten.
2. Controleer of er niet te veel papier in de lade is geplaatst.
3. Gebruik HP-papier voor optimale prestaties en efficiëntie. |
| Papierstoringen voorkomen |
Slechte papierhandeling, ongeschikte papiersoort, volle uitvoerlade, kreukelend papier, verkeerde ladepositionering, of te veel papier tegelijk laden. |
1. Verwijder afgedrukte exemplaren regelmatig uit de uitvoerlade.
2. Druk niet af op gekreukeld, gevouwen of beschadigd papier.
3. Zorg dat papier niet krult of kreukt door al het ongebruikte papier in een hersluitbare verpakking te bewaren.
4. Gebruik geen papier dat te dik of te dun is voor de printer.
5. Zorg ervoor dat de lades correct geplaatst zijn en niet te vol zitten.
6. Zorg dat het papier plat in de invoerlade ligt en dat de randen niet omgevouwen of gescheurd zijn.
7. Leg niet papier van verschillende soorten en formaten tegelijk in de invoerlade; al het papier in de invoerlade moet van dezelfde soort en hetzelfde formaat zijn.
8. Verschuif de papierbreedtegeleider in de invoerlade totdat deze vlak tegen het papier aanligt.
9. Schuif het papier niet te ver in de invoerlade.
10. Als u op beide zijden van een pagina afdrukt, druk dan geen volle afbeeldingen op licht papier af.
11. Gebruik papiersoorten die worden aanbevolen voor de printer.
12. Als het papier in de printer bijna op is, zorgt u dat de lade van de printer eerst leeg is voordat u papier toevoegt. Vul nooit papier bij terwijl de printer nog aan het afdrukken is. |