BEKO WMD 66140 S
Wasmachine · 23 Probleemoplossingen
Probleemoplossing - BEKO WMD 66140 S
Veelvoorkomende problemen en oplossingen - ook zonder foutcode op het display.
Installatie & Opstelling 5
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Machine oververhitting door slechte luchtcirculatie | Machine op tapijt geplaatst, gebrek aan luchtstroom onder de machine | 1. Plaats de machine NIET op een vloer bedekt met tapijt. 2. Zorg voor voldoende luchtstroom onder de machine om oververhitting van elektrische onderdelen te voorkomen. |
| Onvoldoende elektrische capaciteit bij installatie | Stroomzekering of stroombreker minder dan 16 ampère | Laat een erkende elektricien een zekering of stroombreker van 16 ampère installeren. |
| Geen aarding bij installatie | Aardleiding niet correct geïnstalleerd (relevant bij transformatorgebruik) | Bij gebruik met of zonder een transformator: zorg ervoor dat de installatie van de aardleiding door een erkende elektricien wordt uitgevoerd. Zonder aardgeleiding kan het bedrijf niet aansprakelijk gesteld worden voor ontstane schade. |
| Machine niet goed afgewaterseld na installatie | Transportbeveiligingsboulen niet verwijderd vóór eerste gebruik | 1. De transportbeveiligingsboulen MOETEN worden verwijderd voordat de machine in werking wordt gesteld. 2. Maak de boulen los met behulp van een moersleutel tot zij vrijkunnen draaien. 3. Verwijder de transportbeveiligingsboulen door deze voorzichtig te draaien. 4. Plaats de doppjes (meegeleverd) in de gaten op het achterpaneel. |
| Machine staat niet waterpas | Poten niet goed afgesteld na installatie | 1. Draai de contramoeren op de pootjes met de hand los (geen gereedschappen gebruiken). 2. Verstel totdat de machine waterpas staat. 3. Draai alle contramoeren terug stevig vast. |
Onderhoud & Verzorging 2
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Deur kan niet worden geopend | Machine is nog in werking of deur is vergrendeld | Wacht totdat het symbool 'Vergrendeld deur' (fig. 3-13i) op het display verdwijnt. De deur kan enkel worden geopend wanneer dit symbool verdwijnt. |
| Machine beschadigd door metalen onderdelen | Metalen stukken aan kleding (beha-hardware, gespen, metalen knoppen) tijdens het wassen | 1. Verwijder metalen stukken van kleding vóór het wassen. 2. Plaats items met metaalonderdelen in een kledingzak, kussensloop of vergelijkbaar artikel. |
Prestaties & Werking 6
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Slechte wasresultaten | Machine is te zwaar beladen | Volg de informatie in de Programmaselectietabel voor correcte laadcapaciteit. Verminder de hoeveelheid wasgoed in de machine. |
| Slecht schuim, slechts spoelen of verspilling wasmiddel | Te veel wasmiddel gebruikt | 1. Gebruik niet meer dan de aanbevolen hoeveelheid op de verpakking van het wasmiddel. 2. Pas de hoeveelheid aan afhankelijk van hoeveelheid wasgoed, mate van bevuiling en waterhardheid. |
| Wasverzachter wordt verspild | Te veel wasverzachter toegevoegd (boven niveaumarkering) | Overschrijd nooit de niveaumarkering (>max<) in het wasverzachtervak, anders wordt deze verspild zonder gebruikt te worden. |
| Kleding niet goed schoongewassen | Onjuiste programmaselectie voor kledingtype of verkeerde temperatuur | 1. Selecteer het juiste programma uit de programmatabel op basis van het type weefsel. 2. Volg altijd het advies op de labels van de kleding. 3. Voor synthetische kleding: gebruik het programma 'Synthetisch' met lichtere wasbewegingen en kortere wascyclus. 4. Voor wollen kleding: gebruik het speciale wasprogramma voor wol. |
| Kleine kledingstukken raken kwijt | Kleine items zoals kindersokken en nylonkousen niet gegroepeerd | Plaats kleine stukken zoals kindersokken en nylonkousen in een waszak, kussensloop of iets dergelijks voordat u ze in de machine plaatst. |
| Kleuraflegging op ander wasgoed | Nieuwe, donkerkleurige katoenen stukken gewassen samen met ander wasgoed | 1. Was nieuwe, donkerkleurige katoenen stukken afzonderlijk. 2. Sorteer wasgoed altijd volgens type weefsel, kleur, mate van bevuiling en toegestane watertemperatuur. |
Stroomvoorziening & Elektronica 2
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Beschadigde stroomkabel of stekker | Fysieke beschadiging aan stroomkabel of stekker | Bel een erkend servicebedrijf voor vervanging van de beschadigde stroomkabel of stekker door een erkende elektricien. |
| Machine werkt niet na stroomonderbreking | Stroomonderbreking tijdens programmauitvoering | 1. Wacht totdat de stroom weer is ingeschakeld. 2. Het programma wordt niet automatisch hervat. 3. Druk gedurende 3 seconden op de knop 'Starten/Pauze/Annuleren' om het programma in uw machine in te stellen voordat u een erkend servicebedrijf contacteert. |
Waterproblemen 8
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Waterlekken bij aansluitpunten | Slangen niet stevig bevestigd of beschadigd, ontbrekende rubberen dichtingen | 1. Controleer dat alle rubberen dichtingen (4 dichtingen voor modellen met dubbele watertoevoer, 2 voor andere modellen) correct zijn geplaatst aan kraan- en machine-uiteinde van slangen. 2. Zorg dat het platte uiteinde van de slang met filter aan de kraan is aangesloten en het elleboguiteinde aan de machine. 3. Draai de moeren van de slangen stevig met de hand vast (gebruik geen moersleutel). 4. Plaats doppjes in de gaten op het achterpaneel. |
| Water in de trommel bij ontvangst | Normaal, afkomstig van het kwaliteitscontroleproces | Dit is normaal en niet schadelijk voor de machine. De machine kan direct gebruikt worden. |
| Slangen beschadigd bij verplaatsing van de machine | Slangen zijn gevouwen, platgedrukt of gebroken na installatie of verplaatsing | 1. Bij verplaatsing van de machine zorg ervoor dat de slangen niet gevouwen, platgedrukt of geblokeerd worden. 2. Plaats transportbeveiligingsboulen terug op hun plaats vóór transport. 3. Controleer slangen op beschadigingen en vervang deze indien nodig. |
| Waterlekken uit de afvoer | Afvoerslang niet stevig in de afvoerbehuizing geplaatst | 1. Plaats de afvoerslang stevig in de afvoerbehuizing zodanig dat deze niet uit haar plaats springt. 2. Zorg dat het einde van de afvoerslang rechtstreeks verbonden is met de afvalwaterafvoer of wasbak. 3. Bevestig de slang op een hoogte van minimaal 40 cm en maximaal 100 cm. 4. Duw de slang niet meer dan 15 cm in de afvoer; verkort deze zo nodig. |
| Waterafvoer moeilijker en natte kleding na wasbeurt | Afvoerslang te laag geplaatst (minder dan 40 cm boven de grond) of te veel in de afvoer geduwd | 1. Zorg dat de afvoerslang op een hoogte is bevestigd van minimaal 40 cm en maximaal 100 cm. 2. Zorg dat de slang niet meer dan 15 cm in de afvoer is geduwd. 3. Verkort de slang indien nodig. 4. Indien de slang na plaatsing aan grondniveau wordt gebracht, verhoog deze naar de minimale vereiste hoogte. |
| Onvoldoende waterdruk voor normale werking | Waterdruk onder het minimale vereiste niveau | Controleer de watertoevoerdruk. De vereiste druk is 1-10 bar (0,1-1 MPa). In de praktijk moet 10-80 liter water per minuut uit de kraan stromen voor normale werking. Controleer de kraanopening en waterleidingsysteem. |
| Water in machine bij ontvangst of verscheping | Slangen niet voorzien van rubberen dichtingen aan begin | 1. Zorg dat beide slangen (watertoevoer en afvoer) voorzien zijn van rubberen dichtingen. 2. Voor watertoevoer: plaats dichtingen aan het kraan-uiteinde (filter) en machine-uiteinde. 3. Voor afvoer: zorg voor dichtingen waar nodig. 4. Dit voorkomt waterlekken bij aansluitpunten. |
| Slangen beschadigd of niet geschikt voor aansluiting | Foute slangtypen gebruikt of beschadiging bij transport | 1. Gebruik alleen de speciale slangen die met de machine zijn geleverd. 2. Het platte uiteinde van de watertoevoerslang met filter moet aan de kraan worden aangesloten. 3. Het elleboguiteinde moet aan de machine worden aangesloten. 4. Controleer beide slangen op beschadigingen vóór aansluiting. |
Community-vragen
Stel een vraag
De foutcodes zijn afkomstig uit de officiële handleiding van de fabrikant.