Junkers SAS ODU120-ASE
Warmtepomp · 1 Display-foutcodes · 22 Probleemoplossingen
Foutcodes - Junkers SAS ODU120-ASE
Deze codes worden op het display van uw apparaat weergegeven wanneer er een probleem wordt gedetecteerd.
| Foutcode | Beschrijving | Oplossing | Ernst |
|---|---|---|---|
| E12 KRITIEK | Storing op de kamersensorprintplaat of storing op kamersensorprintplaat - Storing aan de op de CAN-BUS aangesloten kamertemperatuurvoeler of bij de communicatie daarmee. | 1. Controleer de afsluitbruggen S1, deze moeten op afgesloten staan. 2. Controleer de afsluitinstellingen in de kamervoeler. 3. Controleer de voeding op de CAN-BUS. De spanning moet ca. 12 VDC zijn. 4. Vervang defecte kamertemperatuurvoeler indien nodig. | KRITIEK |
Probleemoplossing - Junkers SAS ODU120-ASE
Veelvoorkomende problemen en oplossingen - ook zonder foutcode op het display.
Verbinding & Smart Home 5
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Onderbreking/kortsluiting aan de sensor | Sensorverbindingsprobleem | 1. Controleer de aansluiting van de temperatuurvoeler. 2. Voer controlemeting aan de temperatuurvoeler uit. |
| Storing in IOB-A-printplaat of IOB-B-printplaat | Communicatie- of verbindingsprobleem | 1. Controleer of LED op de printplaat groen knippert. 2. Controleer afsluitschakelaar S1 - deze moet in positie 'niet afgesloten' staan. 3. Controleer CAN-BUS-aansluiting op IOB-printplaat. 4. Controleer brug op IOB-printplaat aan de hand van schakelschema. 5. Controleer voeding op CAN-BUS - spanning moet ca. 12 VDC zijn. 6. Vervang defecte IOB-printplaat indien nodig. |
| Storing op kamersensorprintplaat of E12 kamersensorprintplaat | Storing aan kamertemperatuurvoeler of communicatieprobleem | 1. Controleer afsluitbruggen S1 - deze moeten op 'afgesloten' staan. 2. Controleer afsluitinstellingen in kamervoeler. 3. Controleer voeding op CAN-BUS - spanning moet ca. 12 VDC zijn. 4. Vervang defecte kamertemperatuurvoeler. |
| Storing op multifunctionele printplaat | Storing in multifunctionele printplaat of communicatieprobleem | 1. Controleer of LED op printplaat groen knippert. 2. Controleer afsluitbruggen S1 - deze moeten op 'afgesloten' staan. 3. Controleer CAN-BUS-aansluitingen op kamertemperatuurvoeler. 4. Controleer voeding op CAN-BUS - spanning moet ca. 12 VDC zijn. 5. Vervang defecte kamertemperatuurvoeler. |
| Alarm van de warmtepomp | Verbindings- of communicatieprobleem | 1. Controleer aansluiting van signaalkabel in warmtepomp en ASB/ASE-module. 2. Aansluiting S2 van warmtepomp moet op aansluiting S2 van ASB/ASE-module aangesloten zijn; hetzelfde voor S3. 3. Controleer storingscode met diagnose-tool. 4. Controleer netspanning op buiteneenheid. |
Onderhoud & Verzorging 2
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| T8 hoge aanvoertemperatuur of T71 hoge aanvoertemperatuur | Filter verstopt | 1. Controleer filter. 2. Reinig filter indien nodig. |
| Vochtbewaking geactiveerd | Voeler defect | 1. Wanneer geen neerslag op leiding aanwezig is, controleer en/of vervang voeler. |
Prestaties & Werking 3
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Maximale aanvoertemperatuur overschreden | Storing in debiet | 1. Controleer filter en thermostaatkraan. 2. Reinig filter indien nodig. |
| T8 hoge aanvoertemperatuur of T71 hoge aanvoertemperatuur | Te weinig debiet in de warmtepomp | 1. Controleer of de primaire cv-pomp stilstaat. 2. Controleer of alle kranen zijn geopend. 3. In verwarming met thermostaatkranen moeten kranen volledig geopend zijn; in vloerverwarming minimaal de helft van verwarmingsslangen. 4. Wanneer toerental warmtedragervloeistofpomp (G2) niet zelfregulerend is: verhoog toerental. Het cv-pomp toerental moet hoger zijn dan het warmtedragervloeistofpomp toerental. |
| Vorstbeschermingswisselaar T9 geactiveerd | Bij koelbedrijf: storing in debiet | 1. Controleer of filter niet verstopt is. 2. Reinig filter indien nodig. |
Stroomvoorziening & Elektronica 5
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Geen displayweergave | Storing aan de zekering in de elektrische aansluiting van het huis | 1. Controleer of alle zekeringen in huis intact zijn. 2. Vervang zekering indien nodig of reset deze. 3. Wanneer de storing wordt opgeheven, gaat de warmtepomp automatisch weer in bedrijf. |
| Geen displayweergave | Stuurzekering in ASB/ASE-module werd geactiveerd | 1. Vervang de zekering in IOB-A-printplaat. |
| Alarm van de warmtepomp na kortstondige stroomonderbreking | Stroomonderbreking tussen eenheden | 1. Onderbreek voeding naar beide eenheden ongeveer tegelijkertijd. 2. Wacht minimaal een minuut. 3. Schakel stroom weer in. 4. Wacht en controleer of alarm verdwijnt. |
| Lage netspanning | Netspanning afgenomen tot onder 170V | 1. Wanneer netspanning meer dan een uur onder 170V ligt, wordt het alarm geactiveerd. 2. Controleer netspanning en zorg voor stabiele stroomvoorziening. |
| Oververhittingsbeveiliging geactiveerd | Oververhittingsbeveiliging van voeding uitgeschakeld | 1. Reset de oververhittingsbeveiliging van de voeding. 2. In de schakelkast van de ASE-module bevindt zich een knop voor de reset. 3. Bevestig de herstart. |
Temperatuurproblemen 5
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Maximale aanvoertemperatuur overschreden | Verkeerd ingestelde waarde in T1 max. setpunt | 1. Controleer T1 max. setpunt. 2. Pas de waarde indien nodig aan. |
| Maximale aanvoertemperatuur overschreden | Verkeerde instelling maximale aanvoertemperatuur | 1. Zorg ervoor dat de te verwachten temperatuur van de bijverwarming bij afzonderlijke tapwatervoorziening de maximale aanvoertemperatuur T1 niet overschrijdt. 2. Pas de instellingen op de externe bijverwarming of bij T1 aan. |
| Storing aan de bijverwarming | Bijverwarming niet actief | 1. Controleer de status in de bijverwarming. 2. Controleer of op de alarmingang voor 2e warmtebron 230 V actief is. |
| Vorstbeschermingswisselaar T9 geactiveerd | Bij koelbedrijf: aanvoertemperatuur te laag ingesteld | 1. Verhoog aanvoertemperatuur in verhouding tot het koelsysteem. |
| Vochtbewaking geactiveerd | Aanvoertemperatuur in verhouding tot vochtigheid te laag ingesteld | 1. Bij neerslag op de leiding: verhoog aanvoertemperatuur tot de laagste aanvoertemperatuur die mogelijk is. |
Waterproblemen 2
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Vorstbeschermingswisselaar T9 geactiveerd | Bij ontdooien: onvoldoende water in installatie | 1. Controleer of er nog voldoende water in de installatie aanwezig is. |
| Geen systeemdruk | Systeemdruk onder 0,5 bar | 1. Controleer of expansievat en overstortventiel voor de druk van de installatie correct zijn gedimensioneerd. 2. Verhoog langzaam de druk in het cv-systeem door water via de vulkraan bij te vullen. 3. Bevestig het alarm handmatig door de draaiknop in het bedieningspaneel van ASB/ASE-module in te drukken. |
Community-vragen
Stel een vraag
De foutcodes zijn afkomstig uit de officiële handleiding van de fabrikant.