| Temperatuur in koelkast of vriezer is niet optimaal |
Thermostaatknop op verkeerde stand, omgevingstemperatuur veranderd, of apparaat niet voldoende gevuld |
Draai thermostaatknop naar hogere getallen voor koudere temperaturen. Bij normale omgevingstemperatuur middelste stand gebruiken. Zorg dat apparaat minimaal 30% vol is, voeg waterflesjes of vrieselementen toe voor temperatuurstabiliteit. |
| Apparaat koelt niet meer |
Thermostaatknop staat in STOP (0) positie |
Draai thermostaatknop uit de STOP (0) positie in clockwise richting naar hogere nummers. In STOP-positie is het koelsysteem uitgeschakeld. |
| Alarm gaat ongewenst af bij digitale thermostaat met Traceable Thermometer |
Temperatuur buiten het ingestelde bereik, of alarmfunctie niet goed ingesteld |
Controleer alarm-instellingen via HIGH/LOW en MODE/RESET toetsen. Standaard hoog alarm is 8°C (46,4°F), laag alarm is 2°C (35,6°F). Zet alarm uit met ALERT ON/OFF toets indien nodig. |
| Temperatuur verschilt veel in verschillende delen van vriezer |
Normale situatie bij apparaten zonder interne ventilators |
In apparaten zonder ventilators zijn temperaturen het koudst onderaan en soms achteraan. Plaats inhoud overeenkomstig. |
| Thermometer/Alarm geeft geen geluid |
Batterij leeg of niet goed ingebracht, of alarm uitgeschakeld |
Controleer of batterij correct ingebracht is (apparaat moet piepen). Activeer alarm via ALERT ON/OFF toets. Na batterijwissel alarmtemperaturen opnieuw instellen. |