| De deur van de diepvriesruimte staat te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt |
Er zit zo veel ijs op de verdamper dat de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren. Het No Frost-systeem ontdooit niet meer volautomatisch |
Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparaat open laten. Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvangschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen. Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt: het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen |
| Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden |
Het presentatielicht is ingeschakeld |
Temperatuur-insteltoets afb. 2/4 gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is. Na een tijdje controleren of het apparaat koelt |
| Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie knippert |
Storing – in de diepvriesruimte is het te warm |
Druk op de temperatuurinsteltoets 4 om het alarmsignaal uit te schakelen |
| Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen |
Maximale invriescapaciteit overschreden |
Max. invriescapaciteit niet overschrijden. Nadat de storing is verholpen, stopt de temperatuurindicatie met knipperen |
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling |
Temperatuurregeling vereist tijd om in te stellen |
In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren |