Siemens FI 24DP30
Vrieskast · 60 Probleemoplossingen
Probleemoplossing - Siemens FI 24DP30
Veelvoorkomende problemen en oplossingen - ook zonder foutcode op het display.
Overige problemen 15
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De binnenverlichting functioneert niet. | De lichtschakelaar klemt. | Controleer of er beweging in zit. |
| De ijsbereider/ijs- en waterdispenser werken niet. | De kinderbeveiliging is geactiveerd. | Kinderbeveiliging uitschakelen. |
| De ijsbereider produceert geen ijs. | De ijsbereider is uitgeschakeld. | IJsbereider op het bedieningspaneel inschakelen. |
| De ijsbereider produceert geen ijs. | Het ijsblokjesreservoir is er niet goed ingezet. | De positie controleren, eventueel het reservoir opnieuw erin zetten. |
| De verlichting op de dispensereenheid functioneert niet. | De functie permanente verlichting is gedeactiveerd. | Lichttoets indrukken om het permanente licht weer in te schakelen. |
Display & Weergave 1
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Melding 'Filter vervangen' blijft op het display staan. | Na vervanging van het filter werd de indicatie Filter vervangen niet teruggezet. | Indicatie Filter vervangen terugzetten. |
Deur & Vergrendeling 1
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De indicatie brandt niet. | De deur van het apparaat werd te vaak geopend. | Deur niet onnodig openen. |
Onderhoud & Verzorging 8
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Belemmerende deeltjes en vuil verwijderen. |
| De binnenverlichting functioneert niet. | Het lampje is kapot. | Lampje verwisselen (zie 'Lampjes vervangen', blz.22). |
| Er worden onaangename luchtjes geroken. | Sterk ruikende levensmiddelen werden niet luchtdicht verpakt. | Schoonmaken van het apparaat. Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken (zie blz.16 'Luchtjes'). |
| Er komt geen water of ijs uit de dispenser. | Waterfilter verstopt of verbruikt. | Waterfilter vervangen. |
| De ijsbereider produceert niet genoeg ijs of de ijsblokjes zijn vervormd. | Waterfilter verstopt of verbruikt. | Waterfilter vervangen. |
| Melding 'Filter vervangen' op het display. | Waterfilterpatroon moet vervangen worden. | Filterpatroon vervangen. Als er geen nieuw filter beschikbaar is: de omleidingsklep erin zetten. |
| De verlichting op de dispensereenheid functioneert niet. | Het lampje is kapot. | Lampje verwisselen (zie 'Lampjes vervangen', blz.22). |
| De toevoer van water is minder dan normaal. | Waterfilter verstopt of verbruikt. | Waterfilter vervangen. |
Stroomvoorziening & Elektronica 2
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat koelt niet. De binnenverlichting functioneert niet. | Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. | Controleren of er stroom is. Het apparaat moet ingeschakeld zijn. Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit. |
| De ijsbereider/ijs- en waterdispenser werken niet. | De ijsbereider is niet op de stroomvoorziening aangesloten. | Inschakelen van de Servicedienst. |
Temperatuurproblemen 6
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De koelmachine wordt steeds vaker en langer ingeschakeld. | Er werden grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeladen. | Supervriesfunctie activeren. |
| De temperatuur in de koelruimte is te koud. | De temperatuurkiezer is te koud ingesteld. | Stel een warmere temperatuur in (zie 'Instellen van de temperatuur', blz.8). |
| De ijsbereider/ijs- en waterdispenser werken niet. | De temperatuur in de diepvriesruimte is te hoog. | Controleer de temperatuur in de diepvriesruimte. Eventueel reduceren. |
| De ijsbereider produceert geen ijs. | Temperatuur in de diepvriesruimte te hoog. | De temperatuur in de diepvriesruimte moet tussen -17 en -18 °C bedragen, eventueel opnieuw instellen. |
| In de toevoerslang naar de ijsbereider vormt zich ijs. | De temperatuur in de diepvriesruimte is te hoog. | De temperatuur in de diepvriesruimte moet tussen -17 en -18 °C bedragen, eventueel opnieuw instellen. |
| Het water uit de dispenser is niet koud. | Het apparaat is net geplaatst. | Het water in de tank heeft ca. 12 uur nodig om af te koelen. |
Waterproblemen 27
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Er kan geen water getapt worden, u kunt wel ijs eruit halen. | Defect aan het apparaat. | Onmiddellijk contact opnemen met de Servicedienst! |
| De ijsbereider/ijs- en waterdispenser werken niet. | De ijsbereider bevat geen vers water. | Overtuig u ervan dat de wateraansluiting op de juiste wijze is aangesloten. Als dit zo is, neem contact op met de Servicedienst. |
| Er komt geen water of ijs uit de dispenser. | De kinderbeveiliging is geactiveerd. | Blokkering deactiveren. |
| Er komt geen water of ijs uit de dispenser. | De watertank loopt vol. | Bij het eerste gebruik duurt het ca. 2 minuten tot de tank vol is. |
| Er komt geen water of ijs uit de dispenser. | Het apparaat of de ijsbereider werd pas kort geleden ingeschakeld. | Het duurt ca. 24 uur tot de ijsproductie begint. |
| Er komt geen water of ijs uit de dispenser. | Er werd een grote hoeveelheid ijs uitgehaald. | Het duurt ca. 24 uur tot het ijsblokjesreservoir weer gevuld is. |
| De ijsbereider produceert niet genoeg ijs of de ijsblokjes zijn vervormd. | Het apparaat of de ijsbereider werd pas kort geleden ingeschakeld. | Het duurt ca. 24 uur tot de ijsproductie begint. |
| De ijsbereider produceert niet genoeg ijs of de ijsblokjes zijn vervormd. | Er werd een grote hoeveelheid ijs uitgehaald. | Het duurt ca. 24 uur tot het ijsblokjesreservoir weer gevuld is. |
| De ijsbereider produceert niet genoeg ijs of de ijsblokjes zijn vervormd. | Lage waterdruk. | De waterdruk moet tussen 1,72 bar en 8,25 bar bedragen zodat het apparaat goed functioneert. |
| De ijsbereider produceert geen ijs. | Het apparaat wordt niet van water voorzien. | Neem contact op met de installateur of het waterleidingbedrijf. |
| De ijsbereider produceert geen ijs. | De watertoevoerslang is op verschillende plaatsen geknikt. | De kraan aan het afsluitventiel dichtdraaien. De geknikte plekken glad maken, eventueel de slang laten vervangen. |
| De ijsbereider produceert geen ijs. | Lage waterdruk. | De waterdruk moet tussen 1,72 bar en 8,25 bar bedragen zodat het apparaat goed functioneert. |
| De ijsbereider produceert geen ijs. | Verkeerd afsluitventiel gemonteerd. | Verkeerde ventielen kunnen een lage waterdruk veroorzaken en tot schade aan het apparaat leiden. |
| Op de dispenser-eenheid vormt zich condensatiewater. | De ijsbereider is uitgeschakeld. De condensatiewaterverwarming is gedeactiveerd. | De condensatiewaterverwarming inschakelen: IJsbereider inschakelen, dan blokkeertoets en agitatietoets tegelijkertijd 3 seconden ingedrukt houden. De watertoets en ijsblokjestoets knipperen twee keer. |
| De ijsbereider is uitgeschakeld maar de condensatiewaterverwarming functioneert verder. | Condensatiewaterverwarming staat nog aan. | Condensatiewaterverwarming uitschakelen: blokkeertoets en agitatietoets tegelijkertijd 3 seconden ingedrukt houden. De toetsen Water en IJsblokjes knipperen één keer. |
| In de toevoerslang naar de ijsbereider vormt zich ijs. | Lage waterdruk. | De waterdruk moet tussen 1,72 bar en 8,25 bar bedragen zodat het apparaat goed functioneert. |
| In de toevoerslang naar de ijsbereider vormt zich ijs. | Afsluitventiel niet goed geopend. | Afsluitventiel helemaal openen. |
| Er loopt water uit het apparaat. | Ondichtheid van de watertoevoerslang. | Slang alleen door een originele slang van de fabrikant laten vervangen. |
| Er loopt water uit het apparaat. | Verkeerd afsluitventiel gemonteerd. | Verkeerde ventielen kunnen een lage waterdruk veroorzaken en tot schade aan het apparaat leiden. |
| De toevoer van water is minder dan normaal. | Lage waterdruk. | De waterdruk moet tussen 1,72 bar en 8,25 bar bedragen zodat het apparaat goed functioneert. |
| De toevoer van water is minder dan normaal. | Afsluitventiel niet goed geopend. | Afsluitventiel helemaal openen en op ondichtheden controleren. Minimale doorstroom controleren. |
| De toevoer van water is minder dan normaal. | Verkeerd afsluitventiel gemonteerd. | Verkeerde ventielen kunnen een lage waterdruk veroorzaken en tot schade aan het apparaat leiden. |
| De toevoer van water is minder dan normaal. | De watertoevoerslang is op verschillende plaatsen geknikt. | De kraan aan het afsluitventiel dichtdraaien. De geknikte plekken glad maken, eventueel de slang laten vervangen. |
| Het water uit de dispenser is niet koud. | Het water stond langere tijd in de leidingen buiten de tank en heeft zich aangepast aan de omgevingstemperatuur. | Het eerste glas water weggooien. |
| Het water lijkt troebel. | Lucht of luchtbellen in het water. | Dit is normaal als de dispenser voor de eerste keer in gebruik wordt genomen. Kort hierna verdwijnen de luchtbelletjes. |
| Er zweven kleine deeltjes in het water of in de ijsblokjes. | Uit het eerste water dat door het filter stroomt, kan koolstof komen. | Deze deeltjes zijn niet schadelijk! Na korte tijd zijn ze verdwenen. |
| Er zweven kleine deeltjes in het water of in de ijsblokjes. | Als water bevroren en weer ontdooid wordt, vormen zich door mineraalsedimenten kleine deeltjes. | Deze deeltjes zijn niet schadelijk! Ze zijn normaal in de waterleiding. |
Community-vragen
Stel een vraag
De foutcodes zijn afkomstig uit de officiële handleiding van de fabrikant.