| Beschadiging van het emissieregelingsysteem |
Onjuist tanken, brandstoftekort, of sleepstarten |
1. Rijd de tank nooit volledig leeg.
2. Vermijd hoge snelheden in bochten nadat waarschuwingslichten zijn ontstoken.
3. Gebruik alleen ongelode brandstof om permanente schade aan katalysatoren en zuurstofsenso ren te voorkomen. |
| Beschadiging van decoratieve folies bij reinigen |
Gebruik van hogedruk-reinigingsapparatuur of stoomreiniger op decoratieve elementen |
Gebruik geen hogedruk-reinigingsapparatuur of stoomreiniger met ronde straalnozzle. Richt de reinigingsstraal niet rechtstreeks op decoratieve folies, logo's, emblemen of andere gevoelige onderdelen. |
| Schade aan banden, sloten en sensoren door hogedruk-reinigen |
Gebruik van hogedruk-reinigingsapparatuur of stoomreiniger op gevoelige componenten |
Vermijd het gebruik van hogedruk-reinigingsapparatuur met ronde straalnozzle. Richt de reinigingsstraal niet rechtstreeks op banden, sloten, alternator, parkeer-hulpsensoren, remvloeistof reservoir of inbouwpunten van aanhangwagenbevestiging. |
| Remmen werken minder goed na autowassen |
Vocht en wegzout op remmen kunnen de remwerking beïnvloeden |
Test de remmen na elke autowassing om te controleren of zij correct functioneren. |
| Verbleking of beschadiging van verf door contact met brandstof |
Gemorste brandstof contact met verfoppervlak |
Wis onmiddellijk gemorste brandstof weg met een doek. |