| Golfstoring (camerabeweging) bij foto's |
De camera beweegt tijdens het maken van de foto, vooral bij langzame sluitertijden in donkere omstandigheden |
1. Zet [STABILISATIE] aan in het menu (P89)
2. Gebruik een statief om de camera stabiel te houden
3. Gebruik de zelfontspanner (P58) om trillingen te vermijden
4. Houd het toestel stil vanaf het moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt |
| Beeld wordt niet verticaal afgebeeld bij verticaal gemaakte foto's |
De LCD-rotatieinstelling is uitgeschakeld of de foto is gemaakt met naar boven of naar beneden gerichte camera |
1. Zet [LCD ROTEREN] in op [ON] in het menu (P106)
2. Zorg dat u de camera rechtop houdt (niet naar boven of beneden gericht) bij het maken van verticale foto's
3. Let op: bewegende beelden gemaakt met verticaal gehouden toestel worden niet verticaal afgebeeld |
| Digitale zoom werkt niet goed of geeft slechte kwaliteit |
Digitale zoom veroorzaakt beeldkwaliteitsverlies, camera kan niet stabiel worden gehouden, of specifieke resolutie-instellingen |
1. Gebruik in plaats daarvan optische zoom wanneer mogelijk
2. Als u digitale zoom gebruikt, zet [STABILISATIE] aan
3. Gebruik altijd een statief en de zelfontspanner (P58) bij digitale zoom
4. Let op: [DIG. ZOOM] kan niet ingesteld worden wanneer õ geselecteerd is |
| Focus gaat verloren na gebruik van zoomfunctie |
Als u de zoomfunctie gebruikt nadat u op een object scherpgesteld hebt, verschuift de focus |
Stel na het gebruik van de zoomfunctie opnieuw scherp op het object |
| Vergrote beelden hebben slechte kwaliteit bij afspelen |
Hoe meer het beeld vergroot wordt, hoe slechter de kwaliteit ervan wordt |
Gebruik de terugspeelzoom met mate. Voor het opslaan van vergrote beelden, gebruik de bijwerkfunctie (P104) |