Honda CLICK160 (2022)
Motor · 12 Probleemoplossingen
Probleemoplossing - Honda CLICK160 (2022)
Veelvoorkomende problemen en oplossingen - ook zonder foutcode op het display.
Verbinding & Smart Home 2
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Honda SMART Key-indicatielampje flitst | Radiogolven of interferentie beïnvloeden het systeem, of Honda SMART Key is verloren gaan | 1. Verplaats u weg van sterke radiogolven (TV-torens, energiecentrales, radiostations, luchthavens). 2. Zorg ervoor dat de Honda SMART Key niet samen met laptops of draadloze communicatieapparaten wordt gebruikt. 3. Zorg ervoor dat de Honda SMART Key niet in contact komt met metalen objecten. 4. Controleer of de Honda SMART Key batterij nog goed werkt. |
| Honda SMART Key-systeem werkt niet | Niet-geregistreerde sleutel, beschadigde sleutel, communicatiestoringen, of batterijprobleem | 1. Controleer dat alleen geregistreerde Honda SMART Keys worden gebruikt. 2. Controleer of de Honda SMART Key niet beschadigd is. 3. Druk licht op de ON/OFF-knop - als het LED rood is, activeer het systeem (pagina 34). 4. Als het LED niet reageert, vervang de batterij (pagina 104). 5. Controleer batterijconditie en klemmen van het voertuig. 6. Zorg ervoor dat er geen sterke radiogolven in de buurt zijn. |
Overige problemen 3
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Zitplaats kan niet worden geopend | Honda SMART Key niet beschikbaar | 1. Verwijder het voorklepje. 2. Lijn de uitsteeksel van de noodsleutel uit met de sleuf van de noodsitopener en draai tegen de klok in. 3. Open de zitplaats en draai de noodsleutel met de klok mee. Zorg ervoor dat alle tabs van het voorklepje veilig zijn geïnstalleerd. |
| Ontstekingsschakelaar kan niet worden ontgrendeld | Honda SMART Key niet beschikbaar | 1. Controleer het ID-nummer op de ID-kaart. 2. Houd de ontstekingsschakelaar langer dan 4 seconden ingedrukt totdat het Honda SMART Key-indicatielampje flitst. 3. Druk op de ontstekingsschakelaar terwijl het indicatielampje flitst om ID-nummermodus in te schakelen. 4. Voer het ID-nummer stap voor stap in door herhaaldelijk de ontstekingsschakelaar in te drukken volgens het aantal op de ID-kaart. |
| Brandstofmeter werkt niet correct | Systeemfout in brandstofmeter | Neem zo snel mogelijk contact op met uw dealer als de brandstofmeterindicatoren abnormaal worden weergegeven. |
Prestaties & Werking 2
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Idling Stop-systeem werkt niet | Koude motor, lage batterijspanning, of Idling Stop-schakelaar staat op uit | 1. Als de Idling Stop-schakelaar op uit staat, zet deze op Idling Stop. 2. Warm de motor op - het systeem werkt niet met koude motor. 3. Rijd het voertuig minimaal 10 km/h (6 mph) nadat de motor is gestart. 4. Als de batterijspanning laag is, rijd enige tijd, stop de motor en herstart met de startknop volgens de standaard startprocedure (pagina 57). |
| Motor stopt niet door Idling Stop-systeem | Voertuig staat niet volledig stil of gashendel is niet volledig gesloten | 1. Zorg ervoor dat het voertuig volledig stilstaat op 0 km/h. 2. Sluit de gashendel volledig. |
Stroomvoorziening & Elektronica 4
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Motor start niet | Verkeerde startvolgorde, geen benzine in tank, of PGM-FI storing | 1. Controleer de correcte motorstartvolgorde (pagina 57). 2. Controleer of er benzine in de brandstoftank aanwezig is. 3. Controleer of het PGM-FI storing-indicatielampje brandt. Als het lampje brandt, neem contact op met uw dealer. |
| Startmotor werkt niet | Doorgebrand zekering, losse batterijverbinding, of batterijterminaalcorrosie | 1. Controleer de correcte motorstartvolgorde (pagina 57). 2. Controleer op een doorgebrand zekering (pagina 124). 3. Controleer op losse batterijverbinding of batterijterminaalcorrosie (pagina 79). 4. Controleer de batterijconditie (pagina 123). |
| Batterijlading-indicatielampje brandt | Lage batterijspanning of batterijprestatieverval | Laat uw voertuig door een dealer onderzoeken. Het kan gaan om lage batterijspanning of verslechterde batterijprestatie. |
| Motor start niet bij opengestelde gashendel in Idling Stop-modus | Zijstandaard omlaag, batterij zwak, of losse batterijverbinding | 1. Controleer of de zijstandaard omhoog staat. 2. Als Idling Stop-schakelaar op Idling staat, zet deze op Idling Stop en herstart met startknop. 3. Controleer batterij en batterijklemmen op losheid. 4. Bij zwakke batterij neem contact op met uw dealer. |
Temperatuurproblemen 1
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Motor oververhit | Hoge coolanttemperatuur of langdurig stationair rijden | 1. Stop de motor met de ontstekingsschakelaar. 2. Laat de motor afkoelen met de ontstekingsschakelaar in uit-positie. 3. Controleer na afkoeling de radiatorslang op lekkages (pagina 94). 4. Controleer het coolantgehalte in het expansietank (pagina 94) en vul indien nodig. 5. Monitor het hoge coolanttemperatuur-indicatielampje gedurende het verdere rijden. |
Community-vragen
Stel een vraag
De foutcodes zijn afkomstig uit de officiële handleiding van de fabrikant.