Honda CL500 (2023)
Motor · 13 Probleemoplossingen
Probleemoplossing - Honda CL500 (2023)
Veelvoorkomende problemen en oplossingen - ook zonder foutcode op het display.
Onderhoud & Verzorging 5
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Koppeling sluit niet goed af | Onjuiste speling van koppelingskabel | 1. Zet de bovenste borgmoer los. 2. Draai de bovenste koppelingskabelafsteller tot de speling 10-20 mm is. 3. Zet de bovenste borgmoer vast en controleer de speling opnieuw. 4. Als de bovenste afsteller aan het einde is geschroefd, gebruik dan de onderste afstelling: los de onderste borgmoer, draai de onderste afstellingsmoer tot speling 10-20 mm, zet borgmoer vast. 5. Start motor, trek koppelingshendel in, schakel in versnelling en controleer dat motor niet afslaat en voertuig niet kruipt. |
| Throttle beweegt niet soepel | Throttle roteert niet glad van gesloten naar open positie, of kabel is beschadigd | 1. Controleer met motor uit of throttle soepel roteert van volledig gesloten naar volledig open in alle stuurposities. 2. Controleer dat throttle speling correct is (2-6 mm aan grepflens). 3. Controleer dat throttle automatisch sluit. 4. Als throttle niet soepel beweegt, niet automatisch sluit of kabel beschadigd is, laat voertuig controleren door dealer. |
| Oliedruk waarschuwingslampje aan | Te laag oliepeil of andere oliedrukprobleem | 1. Stop motor veilig aan de kant van de weg. 2. Controleer motoroliepeil en vul aan indien nodig. 3. Start motor opnieuw. 4. Rijd alleen verder als oliedruk waarschuwingslampje uit gaat. 5. Als lampje aan blijft bij correct oliepeil, stop motor en contacteer dealer. |
| Bandenpunctie | Kleine gat in band | 1. Voor noodoplossing: gebruik tubeless bandreparatieset en volg bijbehorende instructies. 2. Rijd niet sneller dan 50 km/h met noodoplossing. 3. Transport voertuig naar dealer voor bandvervanging. 4. Laat band controleren/vervangen door dealer. |
| Schokdemper vering instellen | Voorvering moet aangepast aan belasting of wegoppervlak | 1. Gebruik meegeleverde pinsleutel. 2. Voor minder voorvering (zacht): zet positie 1. 3. Voor meer voorvering (hard): zet positie 3-5. 4. Standaardpositie is 2. 5. Niet direct van positie 1 naar 5 of vice versa draaien - kan schokdemper beschadigen. 6. Niet voorbij grensposities draaien. 7. Stel beide linker- en rechterschokdempers op dezelfde voorvering in. |
Prestaties & Werking 3
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| PGM-FI storingslampl aan | Probleem met motor emissiecontrolesysteem | 1. Verlaag snelheid onmiddellijk. 2. Rijd voertuig naar dichtstbijzijnde dealer voor inspectie. 3. Voor ED, KO type: zet voertuig op veilige plek zonder brandbare materialen, wacht minstens 10 minuten met motor uit tot afkoelingen. Bij herstarten: rijd met max 50 km/h naar dealer. |
| PGM-FI storingslampl knippert | Motorontsteking niet gevonden | 1. Verlaag snelheid onmiddellijk. 2. Rijd voertuig naar dichtstbijzijnde dealer. 3. Voor ED, KO type: zet voertuig op veilige plek zonder brandbare materialen, wacht minstens 10 minuten met motor uit. Start motor opnieuw en rijd met max 50 km/h naar dealer. |
| ABS (Anti-lock Brake System) indicator probleem | ABS-systeemstoring of achterwiel in de lucht gedraaid | 1. Verlaag snelheid en rijd voertuig naar dealer voor inspectie. 2. Als ABS-indicator knippert na achterwiel draaien met wielen van grond: zet ontstekingsschakelaar in Off-positie en daarna in On-positie. Indicator gaat uit bij 30 km/h. |
Stroomvoorziening & Elektronica 4
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Motor start niet - startmotor werkt | Geen benzine in tank, PGM-FI storing, of ander startprobleem | 1. Controleer correcte motorstartprocedure. 2. Controleer of er benzine in de tank is. 3. Controleer of PGM-FI storingslampl (MIL) aan is - contact dealer als dit het geval is. 4. Als probleem aanhoudt, laat voertuig controleren door dealer. |
| Motor start niet - startmotor werkt niet | Motorstopschakelaar niet in Run-positie, geblazen zekering, losse batterijverbinding, of batterijprobleem | 1. Controleer correcte motorstartprocedure. 2. Zorg dat motorstopschakelaar in Run-positie staat. 3. Controleer op geblazen zekering. 4. Controleer losse batterijverbinding of batterijterminaalcorrosie en reinig indien nodig. 5. Controleer batterijconditie. 6. Als probleem aanhoudt, laat voertuig controleren door dealer. |
| Batterij leeg | Batterij is leeg en moet opgeladen | 1. Verwijder batterij uit voertuig. 2. Laad batterij op met motorfiets-batterijlader. 3. Gebruik geen auto-batterijlader - dit kan batterij oververhitten en permanent beschadigen. 4. Jump starten met auto-batterij niet aanbevolen - kan elektricaal systeem beschadigen. 5. Als batterij niet herstelt na opladen, contacteer dealer. |
| Geblazen zekering | Zekering kapotgebrand door elektrische storing of kortsluiting | 1. Verwijder batterijkap. 2. Verwijder zekeringskastdeksel. 3. Trek zekeringen één voor één eruit met zekeringstrekker en controleer op kapotte zekering. 4. Vervang kapotte zekering altijd met reservezekering van hetzelfde nominaal. 5. Reinstalleer onderdelen in omgekeerde volgorde. 6. Als zekering herhaaldelijk doorslaat, elektrisch probleem waarschijnlijk - laat voertuig controleren door dealer. |
Temperatuurproblemen 1
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Motor oververhit | Radiatorventilator werkt niet, lek in koelingsleiding, te laag koelvloeistofniveau, of vernauwde radiator | 1. Stop motor via ontstekingsschakelaar, zet schakelaar in On-positie. 2. Controleer of radiatorventilator werkt. Zet schakelaar in Off-positie. 3. Als ventilator niet werkt: transport naar dealer, motor niet starten. 4. Als ventilator werkt: laat motor afkoelen met ontstekingsschakelaar in Off-positie. 5. Inspecteer radiatorslang op lekkage - transport naar dealer als lek aanwezig. 6. Controleer koelvloeistofniveau in reservoirtank en vul aan indien nodig. 7. Controleer radiatorventilator en slangen op normaal werking voordat verder rijdt. |
Community-vragen
Stel een vraag
De foutcodes zijn afkomstig uit de officiële handleiding van de fabrikant.