| De koelkast en de diepvrieskast zijn niet koud genoeg |
De deuren sluiten niet goed of de afdichtingen zijn versleten. De deuren worden vaak geopend. De knop van de TEMPERATUURREGELING staat niet op de goede stand. De koelkast of de diepvrieskast zijn overmatig gevuld. De temperatuur van het vertrek is lager dan 14°C. |
Controleer de deurafsluitingen, zorg dat de deuren niet vaak worden geopend, stel de temperatuurregeling correct in, vul het apparaat niet overmatig, zorg voor voldoende omgevingstemperatuur. |
| In de koelkast bevriezen de etenswaren |
De knop van de TEMPERATUURREGELING staat niet op de goede stand. De levensmiddelen staan in contact met de achterwand. |
Stel de temperatuurregeling in op een lagere stand. Plaats levensmiddelen niet in contact met de achterwand. |
| De motor blijft doorlopend draaien |
De deur is niet goed dicht of wordt constant geopend. De buitentemperatuur is erg hoog. De ijslaag is meer dan 2-3 mm dik. |
Zorg dat de deur goed dichtgaat, vermijd het constant openen van de deur, controleer en verwijder overtollige ijslaag. |
| Enkele delen aan de buitenkant van de koelkast zijn zeer warm |
De hoge temperaturen zijn noodzakelijk om het vormen van condens te voorkomen in bepaalde gedeeltes van het product. |
Dit is normale werking. Geen actie vereist. |
| Op de achterwand van het koelgedeelte bevindt zich ijs of waterdruppels |
Dit is de normale werking van het product. |
Dit is normale werking. Geen actie vereist. |