| Versterker schakelt in beveiligingsmodus of is beschadigd |
Te lage impedantie van luidsprekers of verkeerde bekabelingsaansluitingen |
Controleer dat de impedantie van luidsprekers minimaal 2 ohm STEREO en 4 ohm BRIDGED MONO bedraagt. Controleer alle luidsprekerverbindingen op juiste polariteit (positief naar positief, negatief naar negatief). |
| Stroomsysteem of nieuw product beschadigd |
Audiosysteem was ingeschakeld tijdens installatie of aansluiting |
Zet het audiosysteem altijd uit voordat er verbindingen worden gemaakt met versterker of bronunit. Controleer volledige installatie voordat u het audiosysteem inschakelt. |
| Beschadigde stroomkabel of kortsluiting |
Stroomkabel loopt langs scherpe voorwerpen, hete motoronderdelen of is niet afgeschermd bij doorgang door deurkozijnen |
Gebruik rubberen grometten en geïsoleerde dopjes bij doorgang door deurkozijnen en stalen panelen. Houdt stroomkabel weg van scherpe objecten en motoronderdelen. Gebruik de aanbevolen 4 gauge stroomkabel. |
| Slechte grondverbinding |
Verf op grondoppervlak of vuile/geroeste metaalcontact |
Zoek een schoon metaalgebied dicht bij versterker (bij voorkeur bodemplaat). Gebruik staaldraatborstel of schuurpapier om verf te verwijderen. Beveilig grondkabel met bout, stersluitring en moer. Zet siliconekit op schroef en bloot metaal tegen roest. |
| Geen geluid uit luidsprekers |
Luidsprekerbekabelingen verkeerd aangesloten of slechte verbinding |
Controleer dat luidsprekerbekabelingen correct zijn geëindigd met geïsoleerde luidsprekerkaproeven of gesoldeerd. Zorg dat positief naar positief en negatief naar negatief is aangesloten. Controleer polariteit en balans. |