| Kortsluiting of beschadiging van isolatie |
Bedrading raakt bewegende onderdelen, warme oppervlakken, of wordt ingekort |
Leid de bedrading zo dat deze niet in aanraking kan komen met versnellingspook, handrem of geleiderails. Vermijd warme plaatsen. Maak de bedrading niet korter. Wikkel isolatieband om bedrading waar deze metalen oppervlakken raakt. |
| Luidsprekers raken beschadigd, vangen vlam of beginnen te roken |
Aangesloten luidsprekers voldoen niet aan vereisten (minimum 45 W vermogen, 4-8 Ohm impedantie) |
Sluit uitsluitend luidsprekers aan die een hoog ingangsvermogen kunnen verwerken van nominaal tenminste 45 W met een impedantie van 4 tot 8 Ohm. |
| Accu loopt leeg na enkele uren inactiviteit |
Rode stroomdraad aangesloten op punt dat altijd stroom krijgt in plaats van ACC-geregelde aansluiting |
Sluit de rode stroomdraad aan op een aansluitpunt waarvan de stroom wordt in- en uitgeschakeld door ON/OFF van het contactsleuteltje, of op de ACC-stand van het contact. |
| Risico op kortsluiting of brandongevallen |
Zwarte aardedraad niet gescheiden van aarde van andere apparatuur of loskoppelde draad niet afgedekt |
Aard de zwarte draad gescheiden van de aarde van toestellen met hoog vermogen. Dek loskoppelde draden af met isolatieband. Isoleer ongebruikte luidsprekerdraden. |
| Zekering gaat telkens kapot |
Verkeerde zekeringtype gebruikt of te grote stroomafname |
Vervang een doorgebrande zekering altijd alleen door een nieuwe zekering van hetzelfde type, zoals aangegeven op de zekeringhouder. Controleer bedrading op kortsluiting. |