Kyocera FS-C5030N
All in one · 2 Display-foutcodes · 26 Probleemoplossingen
Foutcodes - Kyocera FS-C5030N
Deze codes worden op het display van uw apparaat weergegeven wanneer er een probleem wordt gedetecteerd.
| Foutcode | Beschrijving | Oplossing | Ernst |
|---|---|---|---|
| ####:0123456 KRITIEK | Mechanische fout waarbij #### staat voor een foutcode (0, 1, 2, enzovoort). De printer werkt niet wanneer dit bericht wordt weergegeven. Het totale aantal afgedrukte pagina's wordt tevens aangegeven. | Zet de printer uit, ontkoppel het netsnoer en neem contact op met uw servicetechnicus. Bel service wanneer dit bericht wordt weergegeven. | KRITIEK |
| F### KRITIEK | Controller-fout waarbij ### staat voor een foutcode (0, 1, 2, enzovoort). De printer werkt niet wanneer dit bericht wordt weergegeven. | Zet de printer uit, ontkoppel het netsnoer en neem contact op met uw servicetechnicus. Bel service wanneer dit bericht wordt weergegeven. | KRITIEK |
Probleemoplossing - Kyocera FS-C5030N
Veelvoorkomende problemen en oplossingen - ook zonder foutcode op het display.
Overige problemen 10
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
Verbinding & Smart Home 2
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Printer drukt een statuspagina af, maar geen taken vanaf computer | Printerkabel is niet goed vastgemaakt of programmabestanden/applicatiesoftware hebben instellingsproblemen | 1. Controleer de printerkabel en maak beide uiteinden goed vast. 2. Probeer de printerkabel of aansluitingskabel te vervangen. 3. Probeer een ander bestand af te drukken of een andere afdrukopdracht te gebruiken. 4. Controleer de instellingen van de printerdriver voor de betreffende applicatie. |
| Printer drukt vreemde tekens af of stopt bij aanzetten | Driverbestand is beschadigd (vooral bij Windows 98 met parallelle poortverbinding) | 1. Wijzig de naam van het driverbestand van het apparaat in drvwppqt.vxd. 2. Dit bestand bevindt zich waarschijnlijk in de map Windows\System\Iosubsys of Arcada\System. 3. Bezoek de website van Microsoft voor de juiste driver van het apparaat. |
Onderhoud & Verzorging 1
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Drop-outs, horizontale strepen of afgedwaalde punten op afdruk | Hoofdladereenheden zijn vervuild | 1. Open de linkerklep. 2. Trek de groene knop voor het reinigen van de draad voor elke hoofdladereenheid voorzichtig een paar keer naar binnen en naar buiten. 3. Raadpleeg pagina 4-8 voor meer informatie over het reinigen van de hoofdladereenheid. |
Paper 1
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Papier is vastgelopen | Papier zit vast in de printer | Raadpleeg 'Papierstoringen oplossen' op pagina 5-14 voor specifieke instructies. |
Prestaties & Werking 2
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Printer reageert traag of werkt niet correct | Printer moet opnieuw worden opgestart of computer moet opnieuw worden opgestart | 1. Zet de printer uit en wacht enkele seconden. 2. Zet de printer dan weer aan. 3. Start de computer, van waaruit de afdruktaken naar de printer worden verzonden, opnieuw op. |
| Afdruken mislukken of fouten in afdrukken | Verouderde printerdriver of onjuiste afdrukinstellingen | 1. Zorg ervoor dat u de nieuwste versie van de printerdriver gebruikt. 2. Download de nieuwste versies van de printerdriver en hulpprogramma's via http://www.kyoceramita.com/download/. 3. Zorg ervoor dat de afdrukprocedures in de applicatiesoftware correct worden opgevolgd. 4. Raadpleeg de documentatie van de applicatiesoftware. |
Stroomvoorziening & Elektronica 1
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Printer reageert niet en lampjes branden niet | Netsnoer is niet goed aangesloten of aan/uit-schakelaar staat niet in de AAN stand | 1. Controleer of het netsnoer goed op het stopcontact is aangesloten. 2. Zet de aan/uit-schakelaar in de stand AAN (I). 3. Zet de printer uit, sluit het netsnoer aan en probeer de printer weer aan te zetten. |
Spoelresultaat & Droging 9
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Afdrukkwaliteit is niet goed | Verschillende mogelijke oorzaken: vervuilde componenten, lege tonercontainers, onjuiste papiersoort-instelling, of slechte kleurregistratie | Raadpleeg de tabel 'Problemen met de afdrukkwaliteit' op pagina 5-3 voor specifieke symptomen en bijbehorende correcties. |
| Geheel lege afdruk | Tonercontainers zijn leeg, niet goed geplaatst of applicatiesoftware werkt niet goed | 1. Open de bovenklep van de printer. 2. Controleer of de tonercontainers goed zijn geplaatst. 3. Controleer of alle tonercontainers voldoende toner bevatten. 4. Verifieer dat de applicatiesoftware goed werkt. |
| Volledig eenkleurige afdruk | Ladereenheid is niet goed geplaatst | 1. Open de linkerklep. 2. Controleer of de ladereenheid goed is geplaatst. |
| Zwarte of witte verticale strepen | Toner is laag, hoofdladereenheden zijn vervuild, geavanceerde stralenbundellenzen zijn vervuild of drum moet worden ververst | 1. Controleer het bedieningspaneel voor bericht 'Toner laag'. 2. Plaats een nieuw tonerpakket voor de aangegeven kleur indien nodig. 3. Reinig de hoofdladereenheden door de linkerklep te openen en de groene knop voorzichtig heen en weer te trekken. 4. Reinig de geavanceerde stralenbundellenzen via het bedieningspaneel (MENU > Overig > Onderhoud > Lens). 5. Ververs de drum via het bedieningspaneel (MENU > Overig > Onderhoud > Drum). |
| Vage of onduidelijke afdrukken | Vervuilde componenten, onjuiste papiersoort-instelling, slechte kleurkalibratie, lage toner of slechte drum | 1. Reinig de hoofdladereenheden. 2. Reinig de geavanceerde stralenbundellenzen. 3. Zorg ervoor dat de papiersoort-instelling overeenkomt met het gebruikte papier. 4. Voer een kleurkalibratie uit via het bedieningspaneel of door de printer uit en aan te zetten. 5. Probeer de kleurinstellingen via de printerdriver aan te passen. 6. Controleer en vervang toner indien nodig. 7. Ververs de drum. |
| Grijze achtergrond op afdruk | Vervuilde ladereenheden, onjuiste plaatsing van ladereenheden, slechte kleurkalibratie of papierrichel vervuild | 1. Reinig de hoofdladereenheden door de groene knop voor het reinigen voorzichtig heen en weer te trekken. 2. Open de linkerklep en controleer of de ladereenheden zo ver mogelijk en goed zijn geplaatst. 3. Voer een kleurkalibratie uit via het bedieningspaneel of door de printer uit en aan te zetten. |
| Vuil op de bovenrand of achterkant van het papier | Papierrichel is vervuild, hoofdladereenheden zijn vervuild, papierpad is vervuild of transferrol is vervuild | 1. Trek de papiertransfereenheid naar buiten en controleer op toner op de papierrichel. 2. Reinig de papierrichel met een zachte, droge, pluisvrije doek. 3. Reinig de hoofdladereenheden. 4. Reinig onderdelen in de papierpaden, zoals de papiercassette. 5. Controleer de transferrol; probeer enkele pagina's af te drukken als er toner op zit. |
| Afdrukken onvolledig of op verkeerde plaats | Applicatiesoftware werkt niet goed | 1. Controleer of de applicatiesoftware goed werkt. 2. Raadpleeg de tips op pagina 5-2 voor aanvullende stappen. |
| Scheefgekleurde afdruk | Kleurregistratie is niet correct ingesteld | Voer de kleurregistratie via het bedieningspaneel op de printer uit. Raadpleeg het hoofdstuk 'Using the Operator Panel' in de Advanced Operation Guide voor meer informatie. |
Community-vragen
Stel een vraag
De foutcodes zijn afkomstig uit de officiële handleiding van de fabrikant.